‘Vandaag vijf pluimveehouders, morgen uw onderneming’
Het voornemen van het provinciebestuur in Brabant om de natuurvergunningen van vijf pluimveehouders in te trekken vanwege stikstofuitstoot kan in de toekomst ook andere ondernemers raken die afhankelijk zijn van vergunningen. Wat betekent een onherroepelijke vergunning nog als de overheid die jaren later alsnog kan intrekken? Als een vergunning niets meer waard is, is geen enkel bedrijf in Nederland nog veilig. Dat stelt voorzitter Erik Ziengs van de mkb-ondernemersbelangenorganisatie ONL voor Ondernemers in dit opinieartikel.
De kwestie wordt vrijdag besproken tijdens een vergadering van de Provinciale Staten in Den Bosch. Het mogelijk intrekken van de natuurvergunningen van vijf Noord-Brabantse pluimveehouders per 1 oktober van dit jaar is geen losstaand incident. Dat is een gevaarlijke misvatting, want als hiermee wordt ingestemd, heeft dit ook effect op andere vergunningsplichtige bedrijven, die niet actief zijn in de agrarische sector. Denk aan de transportsector, recreatiebranche, industrie, rietdekkers, foodservice- en retail. Vandaag zijn het vijf pluimveehouders, morgen is het uw onderneming.
Onzekerheid over toekomst
Het draait allemaal om rechtszekerheid voor ondernemers. Een ondernemer moet ervan op aan kunnen dat een verleende vergunning niet met een pennenstreek ongedaan gemaakt wordt. Zonder zekerheid over de toekomst blijven broodnodige investeringen uit. Er is geen bank die financiering zal verlenen op basis van onzekerheid. Ook wordt het lastig om personeel aan te nemen. Immers; je weet niet als ondernemer of je de komende jaren ook in het bezit bent van een vergunning. Hierdoor blijft de hand eerder op de knip.
Kijk naar alternatieven
Het provinciebestuur zegt met de rug tegen de muur te staan, doordat milieuorganisatie Mobilisation for the Evironment (MOB) een rechtszaak won over schade aan omliggende natuur. Het zou Gedeputeerde Staten sieren als zij eerst naar alle andere alternatieven kijkt. Het gaat immers wel om ondernemers die al generaties lang actief zijn in Noord-Brabant. Het afnemen van vergunningen is in mijn ogen de laatste stap. Alle belangen moeten eerst zorgvuldig worden afgewogen, voordat er een definitieve knoop wordt doorgehakt. Doordat nu al wordt gesproken van een voornemen om de vergunningen af te nemen, wordt onnodig veel onrust veroorzaakt.
Ten koste van investeringsklimaat
De Nederlandse overheid heeft er al een handje van om met regelmaat beleid en regels aan te passen. Als zelfs een onherroepelijke, jarenlang gerespecteerde vergunning geen garanties geeft voor de toekomst doordat een actiegroep een rechtszaak wint, zet dat de deur open voor rechtsonzekerheid in elke vergunde sector. Dit gaat ten koste van het investeringsklimaat. Bovendien denken ondernemers en (buitenlandse) investeerders hierdoor wel twee keer na voordat zij geld steken in Nederland.
ONL voor Ondernemers roept de provincie op deze vergunningen niet in te trekken, maar verder te onderhandelen over de emissiereductieplannen. En we roepen het Rijk en de provincies op hiervan te leren: een vergunning intrekken mag nooit het gemakkelijkste antwoord zijn op een lastig politiek probleem. Anders betaalt niet alleen de pluimveehouder in Brabant de prijs, maar iedere ondernemer die nog moet geloven dat een handtekening van de overheid iets waard is.
Foto Pexels: Andreas Ebner


