Nieuws

Belastingdienst blijft hulp bieden aan ondernemers met coronaschulden

De meeste ondernemers hebben hun openstaande corona-belastingschuld terugbetaald. Tegelijkertijd houdt de Belastingdienst, samen met ondernemersorganisaties, gemeenten en de Kamer van Koophandel, zoveel mogelijk contact met 178.000 ondernemers die op dit moment nog een betalingsregeling hebben en veelal bij zijn met aflossen. Waar dienstverlening en contact geen soelaas bieden wordt sinds het najaar van 2023 waar nodig gestart met invorderen. Dit staat in de Kamerbrief met daarin de laatste stand van zaken rond uitstaande coronaschulden die staatssecretaris Van Rij (Fiscaliteit & Belastingdienst) die deze week aan de Tweede Kamer werd gestuurd gezonden. 

ONL-voorman Erik Ziengs roept ondernemers met een coronaschuld die nog geen contact hebben opgenomen met de Belastingdienst op om zich alsnog te melden. “Doe dat wel. Dat scheelt je een hoop kopzorgen”, stelt Ziengs. “De Belastingdienst is bereid om maatwerk toe te passen, maar dan moet je je wel melden als ondernemer. Doe je dat niet, dan kan dit de nekslag zijn voor jouw bedrijf.”

In totaal hebben ruim 400.000 ondernemers belastinguitstel aangevraagd, bij hen is voor 47,7 miljard euro aan corona-belastinguitstel verleend. Op dit moment staat er nog 11,5 miljard euro open binnen de betalingsregeling, bij 178.000 ondernemers. Conform Voorjaarsnota 2023 is de huidige verwachting dat 2,5 miljard euro niet terug zal worden betaald. Ondanks verschillende versoepelingen van de betalingsregeling, zoals de mogelijkheid tot verlenging van de betalingstermijn en de betaalpauze, is een groep van circa 55.000 ondernemers niet volledig bij en heeft een betalingsachterstand. Zij nemen nog wel deel aan de betalingsregeling. 

Hulp blijft beschikbaar

De Belastingdienst is deze zomer gestart met het intrekken van coronabetalingsregelingen. Om voldoende rekening te houden met de zomerperiode, kregen ondernemers eerst meer tijd en ruimte om de schuld te betalen, administratief beroep in te stellen of een hulpvraag te stellen. De eerste aanmaningen en dwangbevelen voor ondernemers die niet aan hun betalingsverplichtingen voldeden, zijn in vanaf september 2023 verstuurd. Tijdens dit traject blijft het voor ondernemers mogelijk om hulp te vragen bij bijvoorbeeld de KvK of Geldfit zakelijk. 

Tot en met begin 2024 zijn ongeveer 40.000 betalingsregelingen definitief ingetrokken. Of betrokken ondernemers hun onderneming kunnen voortzetten, is afhankelijk van bedrijfsspecifieke factoren en de financiële situatie. Voor het kabinet blijft van belang dat levensvatbare bedrijven, ook na intrekking van de betalingsregeling, nog in aanmerking kunnen komen voor een sanering. De versoepeling van het saneringsbeleid loopt nog door tot 1 april 2024. Bij een saneringsakkoord neemt de Belastingdienst tot die datum genoegen met hetzelfde uitkeringspercentage dat aan concurrente schuldeisers toekomt. 

Prioritering is nodig

De afwikkeling van de coronabelastingschulden brengt, samen met andere ontwikkelingen als de energiecrisis en hersteloperaties, een aanzienlijke hogere uitvoeringslast met zich mee voor de Belastingdienst. Het is, met zulke grote aantallen betrokken ondernemers, niet mogelijk om alle werkzaamheden en invorderingsmaatregelen tegelijk op te pakken. Daarom worden hierin gefaseerd keuzes gemaakt. Dat betekent nadrukkelijk niet dat ondernemers hun belastinguitstel niet hoeven terug te betalen. Ondanks deze prioritering volgen gefaseerd invorderingsmaatregelen voor alle ondernemers die niet aan hun (corona)betalingsverplichtingen voldoen. De Belastingdienst werkt hiervoor momenteel hard aan het werven en opleiden van 300 extra mensen voor brede invorderingswerkzaamheden die vanaf 2024 kunnen worden ingezet.  

De Belastingdienst blijft zich nadrukkelijk richten op hulp en ondersteuning van ondernemers in problemen. Via die weg worden ondernemers in staat gesteld om langer in de betalingsregeling te blijven. Hiermee wordt niet alleen voorkomen dat in de kern gezonde bedrijven onnodig in de problemen komen. Ook betekent het dat voor de Belastingdienst – in ieder geval tijdelijk – geen invorderingsmaatregelen nodig zijn. Tot slot vloeit er zo meer geld terug naar de staatskas.