De toekomst van de Nederlandse arbeidsmarkt vraagt om fundamenteel andere keuzes maken. Dat stelde minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) tijdens de zevende editie van ArbeidsmarktPoort in Nieuwspoort in Den Haag. Onder leiding van gespreksleider Hans Biesheuvel ging de minister in gesprek met vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven. Het idee van een zogenoemde ontslagvrije samenleving. Volgens Aartsen is dat geen abstract ideaal, maar een noodzakelijke denkrichting. “Uiteindelijk is dat de ontslagvrije samenleving als ideaal die we hebben omarmd als kabinet. Laten we daar naartoe werken,” stelt hij.
Van ontslag naar ontwikkeling
De kern van die visie is een fundamentele verschuiving in hoe Nederland naar werk kijkt. Niet langer moet ontslag het centrale moment zijn waarop actie wordt ondernomen. “Alles is gericht op wanneer je je baan al kwijt bent,” zegt Aartsen kritisch. “Je zult ervoor moeten zorgen dat je aan de voorkant al meer investeert in omscholing en ontwikkeling.” Gespreksleider Biesheuvel herkent dat beeld en benadrukt dat het systeem al decennia vastzit. “We praten hier al jaren over,” merkt hij op. De vraag is volgens hem wat nu daadwerkelijk de doorbraak kan zijn? De minister wijst op een combinatie van factoren: politieke durf, systeemhervorming en een andere mindset bij zowel werkgevers als werknemers. Hij beschrijft de huidige sociale zekerheid zelfs als een ‘spinnenweb’ waarin mensen vast kunnen raken, in plaats van een springplank naar nieuw werk. “In Nederland hebben we al jarenlang een discussie: is een uitkering een hangmat of is het een springplank?”, zegt Aartsen. “Helaas is het in Nederland allebei niet, het is een spinnenweb. Als je er eenmaal in zit, is het bijna onmogelijk om eruit te komen. Ik hoor nog te vaak verhalen van mensen die zeggen: ik heb nu een WIA-uitkering of een WW-uitkering en ik heb uitzicht op een leuke baan. Maar als ik dat ga doen, raak ik mijn WW-rechten kwijt. Weet je wat? Ik blijf wel in die uitkering zitten.”
Arbeidsmarkt moet fundamenteel anders
De noodzaak tot verandering is volgens Aartsen groter dan ooit. De arbeidsmarkt kampt met structurele tekorten, terwijl tegelijkertijd grote groepen mensen langs de kant staan. “We hebben bijna tien miljoen werkenden, maar ook meer dan een miljoen mensen in een uitkering,” stelt hij. “Willen we onze welvaart behouden, dan moeten we zorgen dat zoveel mogelijk mensen meedoen.” Daarbij speelt ook technologische ontwikkeling een grote rol. Kunstmatige intelligentie en digitalisering zorgen ervoor dat banen snel veranderen of verdwijnen. “De kans dat banen over vijf jaar nog hetzelfde zijn, is klein,” aldus de minister. Volgens hem vraagt dat om een arbeidsmarkt waarin mensen continu blijven leren en makkelijker van werk naar werk bewegen. Daarover moet een werkgever al in een vroeg stadium het gesprek aangaan met een werknemer.
Zelfstandigenwet en positie van zzp’ers
Een belangrijk onderdeel van die hervorming is de positie van zelfstandigen. Minister Aartsen werkt aan een nieuwe zelfstandigenwet die duidelijkheid moet brengen in een jarenlang vastgelopen debat. “De reden waarom de politieke discussie al 15 jaar muurvast zit, is onder meer omdat we nooit goed hebben vastgelegd wanneer iemand nu echt zzp’er is,” stelt hij. “Er staat op dit moment nergens in de Nederlandse wet wanneer je zzp’er bent.” Met de nieuwe zelfstandigenwet wil het kabinet voor het eerst helder definiëren wanneer iemand als zelfstandige werkt en wanneer sprake is van een arbeidsrelatie. Tegelijkertijd moet er ruimte blijven voor ondernemerschap. “Je moet vrijheid geven aan de ene kant, maar daar hoort ook verantwoordelijkheid bij,” aldus de minister.Daarmee probeert het kabinet zowel schijnzelfstandigheid aan te pakken als echte zelfstandigen meer zekerheid te bieden, een balans die volgens Aartsen essentieel is voor een moderne arbeidsmarkt. Er wordt nu achter de schermen ook hard gewerkt aan een nieuwe leidraad voor het werken met zzp’ers voor de Rijksoverheid.
Bedrijfsleven: kansen én zorgen
Vanuit het bedrijfsleven klinkt steun voor de richting van het kabinet, maar ook zorgen over de praktische uitwerking van de zelfstandigenwet. Saskia Kapper, voorzitter van branchevereniging Bovib, noemt de plannen een goede eerste stap, maar ziet nog veel open vragen. “Ik ben nieuwsgierig naar de verdere uitwerking,” zegt zij, onder meer over hoe nieuwe toetsen en regels in de praktijk gaan werken. Edwin van den Elst, voorzitter van de Vereniging van Detacheerders Nederland (VvDN, benadrukt het belang van flexibiliteit. Volgens hem moet de discussie niet alleen gaan over het beperken van misstanden. “Ik geloof dat we het als Nederland er goed aan doen dat we die talenten die we hebben inzetten waar ze het hardst nodig zijn. Dat kunnen we alleen maar doen met een goed werkende flexmarkt.” Een punt van aandacht blijft de transitievergoeding. Vanaf 2027 krijgen werkgevers geen geld meer terug van de overheid voor de transitievergoeding die ze betalen bij ontslag als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Dat is de verkeerde volgorde vindt ONL voor Ondernemers, die liever ziet dat de transitievergoeding alleen kan worden besteed voor de transitie naar werk en daarna pas wordt gekeken naar afschaffen van de compensatie.
Wantrouwen onder ondernemers
ONL-voorzitter Erik Ziengs brengt een ander belangrijk punt naar voren: het vertrouwen van ondernemers in de overheid. Volgens hem heerst er terughoudendheid bij bedrijven om openheid te geven over hoe zij werken met zelfstandigen. “De gemiddelde ondernemer denkt: als ik dat meld, krijg ik misschien achteraf een tik op de vingers,” zegt hij. Minister Aartsen erkent dat probleem en ziet het als een belangrijk signaal. “Dat is precies wat er gebeurt en dat is voor mij een extra motivatie om die wet zo te maken dat het goed geregeld is,” reageert hij. Daarnaast wijst Ziengs naar andere belangrijke thema’s, zoals het mes zetten in de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte en kritisch te kijken naar de toeslagen. “In de praktijk komen wij tegen, dat mensen dolgraag extra willen werken. Maar die maken een rekensommetje en komen tot de conclusie; ‘als we meer gaan werken, dan houden we er minder aan over.” Daar is Aartsen het mee eens. “Qua perceptie ben ik het met je eens dat toeslagen een enorme rem zijn op werken.” Om die reden wil hij deze kabinetsperiode twee toeslagen schrappen: het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag. De gratis kinderopvang moet dit opvangen. “Dat is een grote bottleneck als het gaat om meer te kunnen werken”, aldus Aartsen.
Cultuuromslag noodzakelijk
Wat in het gesprek steeds terugkomt, is dat regelgeving alleen niet voldoende is. Er is een bredere cultuurverandering nodig. Volgens Aartsen moeten werkgevers en werknemers eerder het gesprek aangaan over ontwikkeling, loopbaanveranderingen en inzetbaarheid. Ook op latere leeftijd. Hij pleit ervoor om niet automatisch uit te gaan van uitstroom, maar juist van doorontwikkeling. “Je weet dat mensen ouder worden. Waarom voeren we dat gesprek niet eerder op de werkvloer?”, vraagt de minister zich af. Biesheuvel vat het samen als een noodzakelijke omslag in denken: minder focus op het einde van een baan, meer op de continuïteit van werk.De ontslagvrije samenleving is daarmee geen concreet beleidsplan voor de korte termijn, maar een richtinggevend ideaal. Een arbeidsmarkt waarin mensen niet vastlopen bij ontslag, maar soepel doorstromen naar nieuw werk. Of die ambitie haalbaar is, zal afhangen van de bereidheid van politiek, werkgevers en werknemers om daadwerkelijk anders te gaan handelen.
Minister Thierry Artsen in gesprek met Hans Biesheuvel, voormalig voorman ONL voor Ondernemers. Foto: Mischa Mannot


